La búsqueda del término uitspreken ha obtenido 4 resultados
Ir a
NL Neerlandés ES Español
uitspreken (n) [woorden] {n} pronunciación (n) {f} [woorden]
uitspreken (v) [woorden] {n}
  • uitgesproken
  • spreekt uit
  • spreken uit
  • sprak uit
  • spraken uit
articular (v) [woorden]
  • articulado
  • articulas
  • articulan
  • hubiste articulado
  • hubieron articulado
uitspreken (v) [woorden] {n}
  • uitgesproken
  • spreekt uit
  • spreken uit
  • sprak uit
  • spraken uit
enunciar (v) [woorden]
  • enunciado
  • enuncias
  • enuncian
  • hubiste enunciado
  • hubieron enunciado
uitspreken (v) [woorden] {n}
  • uitgesproken
  • spreekt uit
  • spreken uit
  • sprak uit
  • spraken uit
pronunciar (v) [woorden]
  • pronunciado
  • pronuncias
  • pronuncian
  • hubiste pronunciado
  • hubieron pronunciado

'Traducciones del Neerlandés al Español